Cultuur toe-eigenen
Het is op dit moment hot-topic. Cultuur toe eigenen. Daar wordt een land of persoon mee bedoeld dat de cultuur van een ander land claimt als dat van zichzelf. In dit geval gaat het over Nederland die Indonesische cultuur toe-eigent. Het gesprek is weer opgelaaid nadat Nederland bekend maakte de Indische rijsttafel immaterieel cultureel erfgoed van Nederland te maken. Voor de Indische gemeenschap voelt het als erkenning. Voor de Indonesische gemeenschap voelt het als diefstal. Nederland gaat maar door met het toe-eigenen van de Indonesische cultuur. Het wordt ook wel modern kolonialisme genoemd.
Overigens weet ik niet zo goed wat ik er vind.
De Indische rijsttafel bestaat uit Indonesische gerechten die zijn aangepast voor Nederlanders. Maar in Indonesië kenden ze de rijsttafel niet totdat de Nederlanders deze hebben ontwikkeld om zich zo te onderscheiden (lees verhevenen boven) de Indonesische bevolking. Maar het één bestaat niet zonder het ander.
De eerste keer dat ik beschuldigd werd van het toe eigenen van de Indonesische cultuur was toen ik mijn eerste oproep van mijn onderzoek op LinkedIn zette.
Kolonialisme en ik
Dat ik vrij naïef was wat betreft kolonialisme heb ik nooit onder stoelen en banken gestoken.
In het eerste deel van mijn onderzoek sprak ik met andere tweede en derde generatie Indo’s. We spraken voornamelijk over het gevoel Indo zijn. Wat betekent deze afkomst voor hen? Wat willen zij doorgeven aan de volgende generatie? En zijn er dingen die een echte Indo moet hebben, moet weten of moet kunnen?
We spraken niet over het pijnlijke verleden. Maar voornamelijk over de positieve en leuke dingen van het Indo zijn en wat voor dat gevoel van Indo zijn zorgt.
Je kunt namelijk niet naar dingen vragen waar je je niet bewust van bent. Dat vind ik nu jammer. Want had ik eerder meer geweten over kolonialisme dan hadden deze gesprekken er misschien heel anders uitgezien.
Desalniettemin vond ik deze gesprekken ontzettend waardevol. Ze hebben me heel veel opgeleverd dat zich vooral uit in herkenning en erkenning.
Maar daar wil ik niet over schrijven. Want dat het verleden van mijn oma en haar broers en zussen een zware was, daar was ik natuurlijk wel van op de hoogte. Ik wist niet dat zij genoten van de privileges van kolonialisme.
We zijn Nederlands
Laat ik beginnen met mezelf voor te stellen. Ik ben Joyce de Vries. 34 jaar. Ik ben opgeleid fotograaf en hou me bezig met wat het betekent om Indo te zijn. Ik heb een man en een tweejarige zoon, waar mijn zoektocht door is begonnen. Mijn moeder is een tweede generatie Indische Nederlandse en mijn vader een eerste generatie Indische Nederlander.
Ik ben opgegroeid in een klein stadje in Friesland: Harlingen. En ik heb twee oudere broers.
Toen ik opgroeide heb ik altijd al het gevoel gehad “anders” te zijn dan mijn klasgenootjes. Ze pesten mij met mijn grote ogen, zwarte haren en dat ik zo klein van stuk was.
Bij mijn oma thuis wist ik zeker dat we anders waren. De spulletjes in haar huis;
Identiteit
Toen ik te gast was bij de podcast Mama waarom zijn wij Indo’s werd mij gevraagd of ik in één woord kon omschrijven wat de Indische identiteit voor mij betekent. Mijn antwoord was simpel: bewustwording.
Deze bewustwording gaat niet alleen over het bewust worden dat ik überhaupt Indisch ben. Maar gaat over alle lagen van het Indisch zijn. Dat Indisch zijn ten eerste gewoon bloed is. Of je je er nou mee identificeert of niet. Aan Indisch zijn kun je niet zoveel doen. En dat dat bloed door je aderen stroomt betekent eigenlijk ook dat je niet kunt zeggen hoeveel Indisch je bent. Een vraag die veel Indo’s in Nederland lijken te krijgen. Eigenlijk een hele rare vraag, want je vraagt ook niet hoeveel Marokkaans iemand is, toch? Het voelt voor Indo’s als een ontkenning van hun Indisch zijn.
Ik moest ook bewust worden dat Indisch iets heel anders is dan Indonesisch. Opgroeien in Nederlands-Indië betekent