Identiteit
Toen ik te gast was bij de podcast Mama waarom zijn wij Indo’s werd mij gevraagd of ik in één woord kon omschrijven wat de Indische identiteit voor mij betekent. Mijn antwoord was simpel: bewustwording.
Deze bewustwording gaat niet alleen over het bewust worden dat ik überhaupt Indisch ben. Maar gaat over alle lagen van het Indisch zijn. Dat Indisch zijn ten eerste gewoon bloed is. Of je je er nou mee identificeert of niet. Aan Indisch zijn kun je niet zoveel doen. En dat dat bloed door je aderen stroomt betekent eigenlijk ook dat je niet kunt zeggen hoeveel Indisch je bent. Een vraag die veel Indo’s in Nederland lijken te krijgen. Eigenlijk een hele rare vraag, want je vraagt ook niet hoeveel Marokkaans iemand is, toch? Het voelt voor Indo’s als een ontkenning van hun Indisch zijn.
Ik moest ook bewust worden dat Indisch iets heel anders is dan Indonesisch. Opgroeien in Nederlands-Indië betekent opgroeien onder koloniaal regime en alle wetten en regels die daarbij horen. Zo waren inheemse mensen letterlijk minder waard. Totdat je met een Europeaan trouwde en zijn of haar kinderen, mits erkend, kreeg. Dan kreeg je evenveel rechten als een Europeaan. De afkeer tegen het bruine huidje groeide in die tijd ook.
Onder dat zelfde valt de bewustwording dat driehonderdvijftig jaar leven onder onderdrukking zo zijn sporen nalaat. Net als het leven onder Japans bewind. En het aanpassen in Nederland. Zo waren niet opvallen en stil zijn belangrijke pijlers voor onze voorouders. Iets dat wij in deze tijd niet meer hoeven te zijn. Niet meer willen zijn en eigenlijk ook niet moeten zijn. Maar toch hebben meegekregen.
Ik ben me er de afgelopen jaren ook bewust van geworden dat ik niet zo goed wist wat die Indische identiteit voor mij betekende. En op welke manier ik me er mee bezig wilde houden. Of ik me er überhaupt mee bezig wilde houden. Toen ik me ervan bewust werd dat ik verantwoordelijk ben voor het doorgeven van de cultuur werd deze vraag steeds belangrijker in mijn leven. Hoe meer ik leerde hoe meer ik het gevoel kreeg een nep-Indo te zijn, omdat ik me niet zo bewust leek te zijn van mijn afkomst als anderen. Ik wist ook niet zo veel over de cultuur, de geschiedenis, de gewoonten en gebruiken. De woordjes die andere Indo’s gebruikten zeiden me ook niks. Ik werd me steeds bewuster dat als ik daar verandering in wilde brengen ik daar zelf naar op zoek moest gaan.
Waar ik me ook bewust van ben geworden is dat de derde generatie net wat verder weg van de trauma staat. Onze ouders waren ook nog aan het overleven. Overleven met ouders die leefden met een oorlogstrauma. Het trauma van het verlaten van hun land. Het trauma dat hun land hen vergeten lijkt te zijn. Ouders die te maken hadden met financiële problemen. Onze ouders hebben de ruimte gecreëerd waardoor wij de luxe hebben om vragen te stellen. Om stil te staan bij onze identiteit. Die ruimte en luxe geeft ons derde generatie vind ik ook weer een verantwoordelijkheid om onze cultuur in stand te houden en deze door te geven. Hoe we dat moeten doen is en blijft een zoektocht. En dat is voor iedereen een persoonlijke reis.